Het is de discussie die al jaren in het onderwijs wordt gevoerd. Dat wil zeggen, de discussie tussen scholen en ouders of begeleiders. Afgelopen week kwam er een kleine jongen bij mij in de praktijk. Er zat dyslexie in de familie en de school had het idee dat deze jongen er ook last van had. Wij zijn aan het werk gegaan. Na wat lezen en spelletjes doen kwam ik er al snel achter: de jongen was in totale verwarring. Op de kleuterschool had hij een juf die met de kinderen het ABC liedje aan het zingen was. Hij vond dat een leuk liedje en thuis zong hij het vrolijk verder. Dat ging allemaal goed totdat hij in groep drie kwam. Van de een op de andere dag werd de A een ah! De verwarring was daar.
Het kind dat al interesse had in het lezen raakte nu goed in de war. We zijn gaan praten over taal, lezen en schrijven. Ik heb hem een verhaal verteld waarin duidelijk werd dat alle woorden bedacht zijn door iemand, sterker nog: als jij een woord bedenkt en veel mensen gebruiken het, dan komt jouw woord in het woordenboek! Ik had zijn aandacht. Ik heb hem de vorm laten zien van de letters, de naam van de letters laten noemen (gewoon een A dus) en uiteindelijk heb ik hem vertelt dat een letter zijn klank dankt aan de letters die er voor of achter staan. Hij vond het spannend, was bang dat hij anders was dan andere kinderen (de meeste kinderen begrepen dit toch wel?) en ging in de weerstand. Na een paar mooie verhalen waarin duidelijk werd dat iedereen anders is en anders mag zijn durfde hij over de steeds groter wordende drempel heen te gaan. Vandaag was hij weer bij mij, met een open en vrolijke blik. We zijn verder gegaan met de letters, hebben gekeken of de letters die hij met klei had gemaakt ook in boeken te zien waren. We zijn naar buiten gegaan om te zien of er vormen in de natuur zijn die op letters lijken. Hij huppelde in het rond tussen alle letters die nu een mooie plek in zijn hoofd hadden gekregen.
Toen we uiteindelijk de letters gingen benoemen was de A gewoon weer een A. Een letter waar je heel veel woorden mee kunt maken. Soms klinkt de A dan als een ah en soms ook als een aa. Ik gun iedereen in het onderwijs deze kijk. De metafoor in het Brabants dagblad van de schroef die je met een hamer in de muur probeert te slaan, slaat de spijker op de kop. Je kunt niet hetzelfde blijven oefenen als iets niet werkt, je moet gaan kijken naar de talenten van kinderen, kijken wat hun strategie is. Deze verantwoordelijkheid kun je aan de kinderen geven, zij pakken deze graag. Een kind kan heel goed zijn eigen strategie bepalen. Een kind is van nature creatief en zoekt naar oplossingen. En niet te vergeten, iedereen wil leren.

