Wel of niet toetsen?

Het is de week van de toetsen, veel kinderen gaan met gespannen koppies naar school. Is het ook echt nodig om te toetsen? Of kunnen we ook op een andere manier toetsen? Wat vindt de inspectie eigenlijk van toetsen?

Ik denk (eigenlijke weet ik het) dat het anders moet!

pexels-photo-256468.jpeg

Ik weet nog goed dat mijn zoon in groep 3 een cito toets moest maken. Hij was er druk mee bezig geweest en de juf had hoge verwachtingen van hem. Toen de uitslagen binnen waren was zij verbaasd, hij had het “niet goed” gemaakt. Wat was er niet goed? Deze juf besloot om de toets te bespreken met mijn zoon. Bij veel opgaven had hij vragen, hij keek naar het grotere geheel en ging de discussie aan. Van de 10 opgaven die zij met hem heeft besproken kon ze bij 9 opgaven alleen toegeven dat de vragen erg kort door de bocht waren. Zij begreep de vragen van mijn zoon en was trots dat hij verder dacht dan de opdracht.

Stel de opgave luidt: Piet en Jan zijn aan het voetballen en Jan schopt 6 keer de bal in het doel en Piet 2 keer, hoeveel is de eindstand. Daar ging het motortje van mijn zoon. Misschien doen er wel veel meer kinderen mee met voetbal, het is tenslotte niet voor niets een elftal. Schieten ze wel in hun eigen doel? Hij had zelf namelijk al eens een eigen doelpunt gemaakt.

Hij vertikte dus antwoord te geven op deze vraag omdat deze niet compleet was. Hij werd afgestraft op zijn flexibele en ontdekkende geest. Als hij keurig in een hokje dacht dan was het wel goed geweest.

Ken jij ook nog een mooi voorbeeld van een eigenzinnig kind of weet je een mooi voorbeeld bij jou op school? Laat deze dan hier achter!

 

Lef en ruimte

Doordat je geen interactie hebt met de leerlingen is het onmogelijk om te toetsen wat het kind wel of niet weet. Dit zien we niet alleen in het primaire onderwijs, maar zeker ook in het vervolg onderwijs. De wereld is continu in beweging, door de technologie verandert alles als een malle. Dit is de tijd om flexibel te zijn, om breed te denken. Het is ongekend om kinderen dan in een hokje te plaatsen en ze te laten kiezen tussen goed en fout. In mijn gesprekken met leraren komt dit gelukkig steeds meer naar voren. Er zijn steeds meer leraren met lef. Zij hebben het lef om de hun eigen koers te varen, zij krijgen hier gelukkig ook de ruimte voor van de directie en ouders.

Uiteindelijk wordt er bij een toets niet of nauwelijks gekeken naar de talenten van een kind maar naar de eenheidsworst. een toets met goed en fout is nou eenmaal makkelijk na te kijken. Ik weet zeker dat er veel frustratie bij leraren zit, zij zien dat een kind meer in zijn mars heeft.  Dat door deze manier van toetsen veel kinderen buiten de boot vallen wordt maar voor lief genomen. Deze kinderen komen bij mij in de praktijk. Deze kinderen voelen zich verdrietig, niet begrepen of dom. Ze hebben sombere gedachten en hebben een hekel aan school. Hiermee lopen we als maatschappij een heleboel talenten mis! Als er meer tijd wordt besteed aan het echt toetsen zonder goed en fout, als er echt wordt gekeken wat de kinderen wel kunnen en als we uitgaan van de talenten van de kinderen. Pas dan en alleen dan kunnen we ieder kind in zijn recht zetten. Want laten we eerlijk wezen ieder kind heeft toch recht op een mooie toekomst? Dit wil niet zeggen dat je toekomst alleen maar mooi is als er minimaal een HAVO advies uit de toets rolt, dit wil zeggen dat je binnen de veilige schoolomgeving jezelf mag ontdekken.

In een gesprek met een onderwijsinspecteur kwam dit ook duidelijk naar voren. Deze inspecteur wil dat kinderen leren onderzoeken en ontdekken. Er is een boekje naar alle scholen gestuurd: ruimte tussen regels, hierin staat precies wat het ministerie wel en niet van een school verwacht. Er staat onder andere in dat niet alle (midden)toetsen noodzakelijk zijn, dat je niet alle lessen van een methode hoeft te behandelen. Er is dus een ruimte tussen de regels.

In de tussentijd geniet ik van de creatieve en geestige kinderen in mijn praktijk. Ik laat ze zien dat ze talenten hebben, dat ze trots mogen zijn op wie zij zijn. Ik leer van de kinderen om op een andere manier naar zaken te kijken en hoe je ingewikkelde dingen eenvoudig kunt maken. We bedenken samen de juiste strategie om te leren en bedenken samen wat daar voor nodig is. De verantwoordelijk ligt hier bij het kind, dat is niet eng, dat is niet raar. Het kind is gelukkig als hij of zij de verantwoordelijkheid over zijn eigen leren mag nemen.

Ik werk al een tijdje met een geweldig kind. Hij haat school en vind lezen een hel, maar hij geeft niet op. Hij heeft zijn stip aan de horizon: hij wordt leraar, maar dan op een eerlijke en oprechte manier. Hij begint zelf een school, een school waar je ontdekt en discussies gaat voeren. Ik hoop dat ik dit mag meemaken en ik hoop dan ook dat mijn  eventuele kleinkinderen bij deze kanjer op school komen. Dit wordt in ieder geval een school waar de klassieke toetsen onderin de prullenbak liggen.

Advertenties